Geschiedenis van de postzegel

eerste postzegel

Black One Penny – De eerste gedrukte postzegel

Het begin…

De oudste postdiensten ontstonden duizenden jaren geleden in China. Ook de farao’s beschikten in Egypte al over een postdienst. In die tijd konden nog maar heel weinig mensen lezen. De postdiensten in de oudheid werden dan ook vooral gebruikt door ambtenaren en hovelingen. Mogelijk zijn echter de postdiensten in Assyrië ook gebruikt door kooplieden.

Egypte en Assyrië

Waarschijnlijk bestond een zeer geregelde postdienst tussen Egypte en Assyrië en tussen de plaatsen Assyrië en Babylon. De oudst bewaarde brieven zijn niet van papier, maar van klei. Ze werden 3000 jaar voor Christus verstuurd. Deze kleitabletten met spijkerschrift werden gebakken en door kooplieden in Klein-Azië verstuurd.

De Romeinen

De postdienst bestaat al van in de Romeinse tijd. De Romeinen heersten over een uitgestrekt rijk. De keizers moesten hun richtlijnen naar alle garnizoenen, die in de uithoeken van dat rijk gevestigd waren, kunnen doorsturen. Langs de Romeinse heirbanen werden daarom poststations opgericht. Deze stations voorzagen de koeriers in al hun voorzieningen: een comfortabele herberg, verse paarden, een dierenarts, een smid, … Langs deze poststations groeiden later dorpen en zelfs steden.

Post voor iedereen

De eerste postverbinding kwam tot stand in 1500. Graaf Thurn und Taxis richtte deze verbinding op tussen Brussel en Wenen. Later werd deze verbinding uitgebreid naar Brugge, Gent en Mechelen. Er werd alleen officiële post verstuurd.
Rond 1600 werden de koninklijke postdiensten overal in Europa openbaar en kon iedereen er gebruik van maken. Voor deze dienst moest uiteraard betaald worden en zo werd post versturen voor veel landen een belangrijke bron van inkomsten.

Cosmos - Koerier van Thurn&Tassis (17e eeuw)

Koerier van Thurn & Taxis (17e eeuw)

Tot aan het einde van de 18de eeuw werd de post vervoerd door postiljons (koeriers) te paard. Ze bezorgden de post van stad tot stad en haalden ook de brieven op. De afzender telde het aantal poststukken, schatte de afstand die de brief moest afleggen en betaalde aan de postiljon een overeengekomen bedrag. Vaak was de afstand veel langer dan de schatting en moest de geadresseerde het verschil bijbetalen.
Het beroep van postiljon was ook heel gevaarlijk. Dikwijls werd hij overvallen door struikrovers. Hier komt verbetering in met de eerste postkoetsen. De koetsiers waren gewapend om eventuele overvallers af te schrikken.

postiljon te paard

Postiljon te paard

De eerste Postzegel

Op 6 mei 1840 zagen de eerste postzegels in Engeland het daglicht dankzij de volharding van Rowland Hill, wiens familienaam legendarisch is geworden.

De Belgische Post stuurde een inspecteur, Louis Bronne, naar onze buren om deze nieuwe betalingswijze te bestuderen. Hij beval ook aan een lagere uniforme taks te innen, de post dagelijks te bestellen – daadwerkelijk in 1841 – en de postdiensten te reorganiseren om het hoofd te bieden aan de constante toename van het opgehaalde, vervoerde en uitgereikte volume post. Zijn eerste voorstel deed echter vrezen dat de financiële verliezen te hoog zouden oplopen en daarom werd de invoering uitgesteld.

Sir Rowland Hill

Sir Rowland Hill

Niettemin drongen de handelaars erop aan dat het geheel van de post minder, maar vooral op uniforme wijze zou worden belast.
Na veel interventies in het parlement werd de wet op 24 december 1847 gestemd. Artikel 4 van deze wet voorziet in het gebruik van postzegels op zendingen.
Dit was het begin van een noodzakelijke hervorming om de handel en industrie te stimuleren, maar ook om mensen van bescheiden rang in staat te stellen te corresponderen met hun familie.
Deze belangrijke tariefhervorming van 1 juli 1849 – publicatiedatum van het koninklijk besluit dat de wijze van uitvoering van de wet van 24 december 1847 bepaalt – verduisterde enigszins de geboorte van de postzegel.

Deze hervorming was gebaseerd op twee hoofdmaatregelen:

1/ de vereenvoudiging van de frankeerkosten voor brieven:
twee afstands- en gewichtsschalen werden gebruikt voor de berekening : 10 centime als de afstand tussen het kantoor van herkomst en bestemming niet meer dan 30km bedroeg en 20 centime voor alle andere afstanden in het land. Deze tarieven bleven geldig tot in 1919.

2/ de invoering van de frankering vooraf, met als logisch gevolg, de invoering van postzegels. Voordien werd het briefport voldaan door de geadresseerde.

Het gebruik van postzegels stimuleerde het postverkeer. In 1839 behaalde het Belgische postbestuur slechts 7.037.443 brieven op, of minder dan 2 per persoon. Twee jaar na de hervorming, telde men 9 miljoen brieven en in 1860 werden 17,5 miljoen brieven verstuurd. Uiteraard is dit niet te vergelijken met de 3 miljard stuks die in 1998 werden uitgereikt.

De vervaardiging van deze twee postzegels werd georganiseerd door Jacob Wiener (1815-1899), een gedreven graveur afkomstig uit het Rijnland die bekendheid verwierf door zijn vaardigheid in het graveren van medailles. Het was echter een medewerker van de Engelse firma Perkins & Bacon, Robinson, diepdrukgraveur van boekillustraties en portretten, die de moederplaat heeft gegraveerd en de destijds zeer in trek zijnde schilder van Brusselse afkomst, Charles Baugniet, die het portret van de koning heeft getekend.

Het drukken vond plaats in een werkplaats, geïnstalleerd in een van de bijgebouwen van het oude spoorwegstation van Brussel (Groendreef), volgens de diepdruktechniek. Dit is een procédé in meerdere fasen. In de eerste fase wordt in een metalen plaat op ware grootte, in reliëf en omgekeerd, de postzegel gegraveerd. Als de plaat verhard is d.m.v. een chemisch procédé, gaat men vervolgens over tot de aanmaak van het molet, een cilinder die eveneens wordt verhard in reliëf en met de goede kant naar boven de originele gravure zal opnemen.

Ten slotte wordt dit molet over een drukplaat “gerold” (moleteren) die eveneens wordt verhard.
Bij het drukken wordt de plaat met drukinkt bedekt en daarna zodanig afgewist dat er alleen nog in de holten inkt achterblijft. Vervolgens wordt er een vooraf bevochtigd vel papier op aangedrukt. Als de inkt opdroogt zet deze zich vast op het papier en vormt er een licht reliëf dat overeenstemt met de trekken van de gravure. Het papier, van veranderlijke dikte, werd met de hand vervaardigd en het watermerk was samengesteld uit twee ineengevlochten letters “L”.